Dossieropdrachten Vakproject Vakdidactiek
Dossier opdracht 1:
a-) Belangrijke bekwaamheden:
- Vakinhoudelijke kennis,
- Overdracht van eigen kennis,
- ICT/digiboard,
- Structuur,
- Variable en concrete kunnen overbrengen,
Een goede wiskunde leraar moeten ook vakinhoudelijk sterk zijn, want dat levert ook zelfvertrouwen in. Degelijke tijd maakt het ook mogelijk dat je concrete uitleg heb.
Als wiskunde leraar moet je ook op een spontaan manier kunnen uitleggen en de aantrekkelijkheid van de lessen kunnen verhogen. Dus niet zo saai zijn in je les.
Leerlingen van tegenwoordig zijn erg handig met de ICT ontwikkelingen. Als leraar kun je dat situatie voor je eigen voordeel gebruik maken met een aantrekkelijke en leerzame wiskunde programma.
Een goede wiskunde leraar moeten ook structuur hebben om te verloop van de lessen zo goed mogelijk te laten lopen.
Een goede wiskunde leraar moet ook een beetje vervangende en concrete les activiteiten moeten verrichten om zijn lessen nog leuker te kunnen maken.
b-) Mijn zwakke punten zijn:
- namen leren,
- concrete les bedenken,
Ik zou in korte termijn, leren hoe kan ik zo snel mogelijk de namen van de leerlingen kunnen leren. Ik vindt het erg belangrijk op pedagogisch gebied. Dat zal helpen aan de sfeer in de klas die steeds beter wordt. Kontact die je met je leerlingen heb, zal anders zijn dan als je ze allemaal een voor een kent.
Ik ben merendeels afhankelijk aan de stof die ik moet op een bepaalde termijn af moet krijgen. Afwijking lukt me niet altijd behalve ICT ontwikkelingen. Heel soms haal ik een verhaal uit het dagelijkse leven maar toch nog kom ik (naar mijn eigen mening) tekort.
Persoonlijk denk ik dat het te maken hebben met je ervaring die je opbouwt en daarvan je zich sterker voelt.
Ik zou me liever op dat gebied willen verbeteren, om mijn lessen zo leuk mogelijk te laten verlopen.
Mijn sterke punten:
- Vakinhoudelijke kennis,
- Creëren van leuke les sfeer,
- Band die ik met mijn leerlingen heb,
- Structuur die ik aan houd,
- Ordelijk zijn,
- ICT gebruik
Ik maak zo veel mogelijk een les plan voor de volgende les en eventueel geef ik vooraf al aantal tips voor de volgende les. Hoewel ik de sommetjes uit de boek vooraf ik doornemen en uithalen van de sommetjes die de leerlingen vermoedelijk moeite zullen hebben en daarmee aan mijn les vorm geven. Ik vind erg belangrijk als een leerling je nodig heb dat je meteen antwoord kunnen geven. Dat geeft ook aan de leerlingen een goed gevoel over.
Ik maak gebruik van leuke werksfeer om les te geven. Voordat het werksfeer niet in orde is begin ik niet met me les. Uiteindelijk kan je ook in principe niets kwijt aan de leerlingen die geen aandacht hebben voor jouw les. Hoe leuk hoe beter.
Ik maak ook gebruik van de band die ik met me leerlingen heb opgebouwd heb. Hiervoor maak ik gebruik van een beetje persoonlijke verhalen die ik met ze kan bespreken. Ik geef mijn leerlingen meestal een positief feedback om motiveren.
School regels en de regels die ik met mijn leerlingen afgesproken heb staat vast en zorg ik ervoor dat de alle leerlingen zich daarmee aanhoud. Gemaakte afspraken zijn geen barrière voor ons maar juist een houvast voor ons zelf.
Houvast die ik en de school regels gecreëerd heeft zorg voor de leerlingen een veilig en leuke werksfeer. Meeste leerlingen hebben heel wat structuur en positief feedback nodig om zijn motivatie te verbeteren. Ik bedoel hoewel ze af en toe willen afwijken van de regels, toch geven ze aan dat ze die houvast echt nodig hebben.
Ik heb de voorbeeld lessen van Geerligs gelezen. Mijn visie op dat gebied zoals ik hierboven ook al aangegeven heb, houvast, structuur en concreet zijn paar belangrijke onderdelen die een wiskunde leraar zich moeten aanhouden. Wiskunde is al een vak waarmee heleboel vooroordelen ontstaan bij de leerlingen op wat voor manier dan ook is de taak voor de wiskunde leraren die vooroordelen op een leuke manier verwerken omzetten naar een minder moeilijke en ingewikkelde lessen. Je maakt uiteindelijk als wiskunde leraar een uitdagende en versimpelde les.
c-) Reactie over de opdrachten van mijn medestudenten:
Ik kon nog geen post kunnen lezen van mijn studiegenoten i.v.m nog geen inlognaam.
Ik zou zo snel mogelijk inlognaam regelen en mijn reactie geven.
Dossieropdracht 2: BIT verslag:
a-) Hoofdstuk 1 en 2:
Ik heb het hoofdstuk 1 “Effectief Leren” gelezen. Mijn bevindingen zijn in het algemeen hoe je de verloop van een les het beste kan maken. Wat zijn de belangrijkste aandacht punten.
Er waren drie voorbeeld lessen die eigenlijk van alles en nog wat voorkomt. Om een onderscheid te maken wat goed en wat minder goed of niet geschikt is voor je les.
Blz: 20 komen er aantal punten voor die eigenlijk voor de lerarenschap naar mijn mening erg belangrijk is:
- goed presenteren en eventueel voordoen,
- goede structuur en de begeleiding daarvan,
- positief en corrigerende feedback,
- leren, zelfstandig te leren,
- controlerende taak uitvoeren,
Daarna komen nog aantal sleutelbegrippen voor die ook erg van belang zijn van een lesopbouw. Desbetreffende sleutelbegrippen geeft aan de lerarenschap de benodigde rechtlijnen. Dat zijn directe instructie die de leerlingen krijgen.
Deze zijn inmiddels:
- goede structuur en opbouw van de les,
- het juiste niveau,
- betekenis geven aan de leerdoel,
- nagaan of de leerdoelen zijn overgekomen zijn,
- controleren of leerling daadwerkelijk werken,
- motiveren met een positieve feedback,
Betekenis geven:
Leerlingen willen meestal een betekenis en de nut van de leerstof weten. Hiervoor vragen zich af of aan de docent zelf waarom ze dat leren en wat het nut van het leerstof zijn. Dit is een van de belangrijke punt die docent zich moeten voorbereiden. Hier is de taak voor docent aan de leerdoelen een betekenis te geven die leerlingen zou bevrijden van zijn klemheid.
Betekenis geven aan de leerdoelen meestal moeilijk te bepalen door de docent, want de belevenis van de leerlingen soms niet te inschatten door de docent zelf. Plaats van een aparte voorbeeld te noemen kan de docent een verbant leggen aan de aansluitende voorkennis.
Samenvatting van directe instructie:
Hierbij maken we een portret van een leraar die zijn les goed en duidelijk maakt. Die zes sleutelbegrippen die docent zich zullen aanhouden geeft de heldere beeld van het portret.
Hoofdstuk 2:
In het hoofdstuk 2 komen de zes sleutelbegrippen uitgebreid voor.
- lesfase 1: aandacht richten op de doelen van de les en aansluiten bij voorkennis:
Hier is duidelijk dat er belangrijk is hoe je de les start. Er zijn natuurlijk altijd wel wat, maar als docent moet je wel weten dat je een controlerende taken heb voor zulke situaties. Begin van een les heeft belangrijke rol voor de verloop van de hele les. Succes heb je als je een goed begin maakt. Begin van een les heeft een duidelijke structuur nodig. Degelijke tijd aansluiting voor de vorige les is ook een belangrijke onderdeel.
- lesfase 2: uitleg geven:
Na een goede opening van de les komen de volgende fase, uitleg. Uitleg is ook een van de belangrijke onderdeel van de les. Het zal niet te lang zijn en ook niet te uitgebreid waarvan de leerlingen door onnodige informatie in war zal raken. Dus kort en bondig zal de wens zijn van een docent. Tijdens de uitleg wel belangrijk voldoende aandacht voor de docent. Docent zorg er voor dat er uitleg zijn doel bereikt.
Na de uitleg vind plaats overgang. Van uitleg naar zelfstandig werken. Hier is ook de taak van de docent dat het goed verloopt.
- lesfase 3: nagaan of de belangrijkste begrippen of vaardigheden zijn overgekomen:
Tijdens uitleg of na het uitleg zijn er nog een belangrijke taak voor de docent om na te gaan of de belangrijke begrippen of de vaardigheden overgekomen zijn. Hoe kan je als docent controleren of de leerdoelen zijn overgekomen. Door de middel van vragen stellen tijdens de uitleg of na de uitleg. Hiermee is de interactie beste manier van controleren. Voor deze interactie fase is de voorbereiding wel van belang, want als docent zou je vooraf aantal sommetjes noteren om leerlingen te vragen en eventueel paar vragen die voorkennis bevatten.
Natuurlijk niet allen maar vragen bedenken voor de leerlingen te bespreken maar ook vragen bedenken die leerlingen onderling kunnen overleggen. Dat soort interactie geeft aan de leerlingen samen werking gevoel.
- lesfase 4 en 5: instructie geven op zelfwerkzaamheid en het begeleiding daarvan:
Er zijn verschillende leeromgevingen. NL (natuurlijk leren systeem), dalton onderwijs, montosorie ect. Waarom noem ik dat soort systemen; omdat in datsoort onderwijs systemen worden veel meer aandacht aan besteed aan de zelfwerkzaamheden. In het reguliere onderwijs systeem worden ook aandacht aan de zelfwerkzaamheden besteed na de uitleg die docent vooraf maakt. Het verschil qua uitvoering niet veel maar de begeleiding en de structuur die de leerlingen krijgen zijn anders. Ik zal uitgaan vanuit de reguliere onderwijs en kijken wat daar in orde komt.
In het boek (effectief leren) las ik ergens “wat je niet af krijgt is huiswerk”. Ik worstel persoonlijk ook hiermee. Dit onderdeel is een van de belangrijkste deel van de les. De motivatie van de leerlingen verlaagd door de zeggen van dat zin en hierdoor verdwijnt de dwang door te leren.
Het gebeurt ook wel is dat de leerlingen vroeg tijdig klaar zijn met zijn werkzaamheden. Hier is de taak van de docent om voor de zorgen dat ze wel aan het werk zal zijn. Dus altijd vervangende opdrachten ter beschikken hebben om leerlingen te bezig houden.
Volgende punt die ik ook wel is meegemaakt heb. “ja, maar ik begrijp er helemaal niets van”.
Dat soort gevallen voor de docenten meeste belangrijke onderdeel van de les. Want als docent heb je op dat moment aandacht voor een leerling en weinig overzicht van de hele klas. Hoewel je overzicht moet hebben voor de klas moet je ook voldoende aandacht besteden aan de ene leerling. Dat is soms lastig om te overwegen.
In het boek “Effectief Leren” zijn er aantal voorbeelden benadrukt waarvan ik denk dat ze in het meeste gevallen ter plekke te bepalen zijn. Dat zijn de fase’s A,B,C,D.
- fase A:
In deze fase is de docent consequent en heeft houvast,
- fase B:
Bij deze fase komen eisen voor, die door de docent vooraf bepaald is.
- fase C:
Bij deze fase geeft de docent stap voor stap wat de leerlingen moeten en kunnen.
- fase D:
Bij deze fase heeft docent meer schriftelijk handhaving nodig om leerlingen te begeleiden voor zijn zelfwerkzaamheden.
- lesfase 6: afsluiting van de les op de belangrijkste begrippen en vaardigheden:
Dat is de laatste fase van de les en ook niet minder belangrijker dan de rest van de les. Meestal is de afsluiting van een les geeft al een beeld van de volgende les. Duidelijke huiswerk bespreking geeft minder onrust voor de volgende les. Hierbij is de bord meest belangrijke middel om te aanwijzen. Want dit is ook visueel voor de leerlingen gedurende les tijd. Het is ook wel belangrijk om te controleren of de leerlingen gebruik maakt van een agenda hiervoor.
Dat waren mijn bevindingen uit hoofdstuk 1 en 2 van het boek ‘Effectief Leren”.
Hoewel ik de meeste al aan het uitoefenen ben wat ik in dit gelezen heb maar ik kwam toch aantal trucjes tegen waarvan ik heel wat geleerd heb.
Les geven in een omgeving die bij de partijen zich prettig voelen zou altijd z’n doel bereiken.
b-) Hoofdstuk 4
Een begin maken met samenwerkend leren: