Dossieropdrachten 4

maart 29, 2009 door hasan061

Dossieropdracht 4 feedback lesvoorbereiding:

 

Ik heb maar een feedback gekregen en dat was van Tomas. Ik heb ook een feedback gegeven aan zijn gemaakte opdracht. Hoewel hij nog weinig les ervaring heeft maakte hij wel goede les plan en beschreef hij punten die daadwerkelijk voor een les noodzakelijk zijn.

 

Na de reactie van Tomas ben ik achtergekomen wat ik daadwerkelijk wel doen, maar niet op mijn les indeling opgenomen heb. Dat was de overgang van de K.Z.A.

Ik heb de voorkennis niet goed genoemd volgens Tomas.

Klopt ook.

 

Mijn les indeling begint normaal gesproken met een aansluitende voorkennis die ik altijd doen. Als het gaat om een opdracht die je moet maken, denk je niet aan wat je precies in de les doen.

 

Volgens Tomas was mijn K. Z. A. goed geformuleerd. Daar ben ik wel blij mee, waant toen ik de opdracht maakte heb ik op dat moment gedacht aan een les die ik gegeven heb.

Ik had goede controle vragen geformuleerd volgens de feedback die ik kreeg. Ook blij mee, want dat is niet altijd makkelijk voor de leerlingen en ook voor de leraren.

 

Hoewel ik de overgangen tijdens de les bewust / onbewust als leraar zijn doen, maar niet op mijn dossieropdracht genoemd heb kreeg ik hierover (terecht) een feedback als “niet aanwezig” opmerking. Ik zal nog aan denken en zeker uitoefenen in mijn lessen en/of daadwerkelijk dat ik dat in de gaten heb in mijn lessen.

 

 Ik heb de sleutel begrippen goed geformuleerd volgens Tomas. Daar ben ik ook blij mee, want dat zijn de belangrijke doelen voor een les die goed moet verlopen. Het gaat juist om die begrippen die heel erg belangrijk zijn voor de leerlingen. Uit eindelijk blijft de sleutel begrippen over en wat je daar er om heen verteld heb verdwijnt na een tijdje.

 

Feedback voor de anderen:

 

Ik heb ook aantal feedback gelezen van (Ellen en Monique) anderen. Wat mij opviel dat ze de voorkennissen heel duidelijk geformuleerd hebben. Dat was bij mij niet helemaal goed in orde. Ik zal me hiermee iets meer in verdiepen.

 

De doelstellingen blijkt uit de feedback die ik gelezen heb niet altijd goed geformuleerd zijn. Hoewel ik daarvan goed feedback heb gekregen van Tomas. Dat zijn ook moeilijke begrippen om vast te stellen per onderwerp en verduidelijken.

 

Les indeling (K.Z.A) zijn meestal goed geformuleerd. Dat was bij mij ook goed. Dus niks mis mee.

 

Controlevragen zijn ook lastig geweest, want alleen maar vragen “is dat helder en duidelijk” meestal voor de leerlingen makkelijk te beantwoorden “je meneer/mevrouw” en daar zit je mee. Dus, dat moet goed en vooraf geformuleerd worden.

 

Voor deze onderwerp was het misschien makkelijk te bepalen maar het is niet altijd zo simpel te bepalen wat zijn de sleutel begrippen. Ik heb wel goed feedback gekregen hierover van Tomas maar de anderen die ik gelezen heb schreef wel wat over de sleutel begrippen.     

Dossieropdracht 9

maart 29, 2009 door hasan061

Dossieropdracht 9 Bit-Verslag Hoofdstuk 12

In dit hoofdstuk wordt de taal problemen uitgebreid behandeld. Hele onderwijs traject houd zich aan de taal beheersing in het algemeen. Per vak heb je min of meer mede maken met taal beheersing.
In het vak wiskunde heb je de zelfde probleem als onderdeel van je vak. Hierbij heb je de verantwoording als docent om begrippen die niet duidelijk zijn om te vertalen aan de leerlingen zodat ze begrijpen waar het om gaat. In de tekst wordt uitgebreid verteld hoe fout gaat als daar geen aandacht aan besteed. Leerlingen zijn erg gevoelig over de begrippen die net niet aanspreek waarover het ging en op dat moment haken ze af.
Voor de volwassenen zijn niet altijd te onderscheiden wat moeilijk is voor de leerlingen. Dat zijn in het meest geval woorden die minder worden gebruikt of leenwoorden. Hier is de taak van de docent om dat soort woorden uitleggen zodat de tekst voor de leerlingen helder is.
Andere kant heb je ook nog wiskundige termen en-of woorden die de leerlingen voor het eerst gaan leren. Dat is eigenlijk buiten het verhaal van dit hoofdstuk, want dat zijn ook meestal de hoofdstukken of paragrafen die ze nog moeten leren. Hiermee doe ik op een concreet manier om dat soort begrippen duidelijk te maken. Voorbeeld ´wortel´. Ik probeer eerste instantie duidelijk te maken wat dat betekent is in het wiskunde. Ik heb aantal keer een wortel meegenomen om het verhaal nog helderder te maken met behulp van visualiseren en eventueel het verschil laten zien. Dat klink misschien raar maar het helpt. Ik heb nog wat anderen concrete voorbeelden om te noemen, maar het gaat er om hoe je het gaat verduidelijken. Dat is dus alle belangrijkste voor de docent.
In sommige opgave´s komen ook wat woorden en-of begrippen voor waarvan leerlingen vaak vast lopen. Dit is een taak voor de docent vooraf om te analyseren en begin van de les aangeven of duidelijk maken wat voor betekenissen hebben dat soort woorden en-of begrippen.
Leerlingen durven soms geen vragen stellen over dat soort begrippen. Want ze zijn vaak bang dat ze door z´n klasgenoten uitgelachen worden. Hier is de taak van de docent af en toe een controle vraag stellen om te kijken of ze begrepen hebben.
Reageren op zulke vragen heeft zijn ook erg belangrijk. Want ze zijn al bang om uitgelachen te worden als door zijn mede klasgenoten als docent zou je op een fatsoenlijke manier reageren zodat ze zich voor de volgende keer niet gaan dempen om zulke vragen te stellen.

Samenvatting:

Begrepen: De tekst ging redelijk goed door, maar het was veel. Ik heb aantal onderdelen van deze tekst al aan het uitproberen, maar toch nog had ik paar dingen gelezen die ik eerder nog niet van gehoord heb. Het was helder en duidelijk wat het probleem is en waar opgelet moet worden.
Integreren: Ik let mijn uitspraak tijdens de les op. Als ik een toets moeten maken kijk ik ook de helderheid van de of dat voor de leerlingen begrijpelijk is. De toetsen zijn meestal gemaakt door een methode en niet altijd geschikt alle leerlijnen. Ik pas de toetsen aan zodat de leerlingen kunnen begrijpen wat gevraagd worden.
Toepassen: Uit mijn ervaring blijkt dat de uitspraak, niveau en benadrukken op de begrippen die belangrijk zijn heel efficiënt is. Wiskundige taal vertalen in een context waar de leerlingen wel iets van snappen. Onduidelijk opgave´s vooraf aangeven en verhelderen zijn ook en van mijn aanpak.

Dossieropdracht 9 Bit-Verslag Hoofdstuk 12

In dit hoofdstuk wordt de taal problemen uitgebreid behandeld. Hele onderwijs traject houd zich aan de taal beheersing in het algemeen. Per vak heb je min of meer mede maken met taal beheersing.
In het vak wiskunde heb je de zelfde probleem als onderdeel van je vak. Hierbij heb je de verantwoording als docent om begrippen die niet duidelijk zijn om te vertalen aan de leerlingen zodat ze begrijpen waar het om gaat. In de tekst wordt uitgebreid verteld hoe fout gaat als daar geen aandacht aan besteed. Leerlingen zijn erg gevoelig over de begrippen die net niet aanspreek waarover het ging en op dat moment haken ze af.
Voor de volwassenen zijn niet altijd te onderscheiden wat moeilijk is voor de leerlingen. Dat zijn in het meest geval woorden die minder worden gebruikt of leenwoorden. Hier is de taak van de docent om dat soort woorden uitleggen zodat de tekst voor de leerlingen helder is.
Andere kant heb je ook nog wiskundige termen en-of woorden die de leerlingen voor het eerst gaan leren. Dat is eigenlijk buiten het verhaal van dit hoofdstuk, want dat zijn ook meestal de hoofdstukken of paragrafen die ze nog moeten leren. Hiermee doe ik op een concreet manier om dat soort begrippen duidelijk te maken. Voorbeeld ´wortel´. Ik probeer eerste instantie duidelijk te maken wat dat betekent is in het wiskunde. Ik heb aantal keer een wortel meegenomen om het verhaal nog helderder te maken met behulp van visualiseren en eventueel het verschil laten zien. Dat klink misschien raar maar het helpt. Ik heb nog wat anderen concrete voorbeelden om te noemen, maar het gaat er om hoe je het gaat verduidelijken. Dat is dus alle belangrijkste voor de docent.
In sommige opgave´s komen ook wat woorden en-of begrippen voor waarvan leerlingen vaak vast lopen. Dit is een taak voor de docent vooraf om te analyseren en begin van de les aangeven of duidelijk maken wat voor betekenissen hebben dat soort woorden en-of begrippen.
Leerlingen durven soms geen vragen stellen over dat soort begrippen. Want ze zijn vaak bang dat ze door z´n klasgenoten uitgelachen worden. Hier is de taak van de docent af en toe een controle vraag stellen om te kijken of ze begrepen hebben.
Reageren op zulke vragen heeft zijn ook erg belangrijk. Want ze zijn al bang om uitgelachen te worden als door zijn mede klasgenoten als docent zou je op een fatsoenlijke manier reageren zodat ze zich voor de volgende keer niet gaan dempen om zulke vragen te stellen.

Samenvatting:

Begrepen: De tekst ging redelijk goed door, maar het was veel. Ik heb aantal onderdelen van deze tekst al aan het uitproberen, maar toch nog had ik paar dingen gelezen die ik eerder nog niet van gehoord heb. Het was helder en duidelijk wat het probleem is en waar opgelet moet worden.
Integreren: Ik let mijn uitspraak tijdens de les op. Als ik een toets moeten maken kijk ik ook de helderheid van de of dat voor de leerlingen begrijpelijk is. De toetsen zijn meestal gemaakt door een methode en niet altijd geschikt alle leerlijnen. Ik pas de toetsen aan zodat de leerlingen kunnen begrijpen wat gevraagd worden.
Toepassen: Uit mijn ervaring blijkt dat de uitspraak, niveau en benadrukken op de begrippen die belangrijk zijn heel efficiënt is. Wiskundige taal vertalen in een context waar de leerlingen wel iets van snappen. Onduidelijk opgave´s vooraf aangeven en verhelderen zijn ook en van mijn aanpak.

Dossieropdracht 6

januari 4, 2009 door hasan061

Dossieropdracht: 6

Ik werk al 6 jaar in het onderwijs. In het begin had ik behoorlijk moeite om toets te maken. Ik wist het zelfs niet eens hoe ik de normering moest maken. Gelukkig na de eerste toets had ik al ervaart hoe een toets gemaakt moest worden, dankzij mijn collega.

Sinds die tijd ben ik altijd nieuwsgierig geweest over de toetsen van mijn collega’s. Waar ik hedendaags werkzaam ben, zijn wij heel goed in de taak verdeling op het gebied van toets maken. Wij hebben inmiddels alle klassen ingedeeld qua toetsing. Alle gemaakte toets worden door minstens een collega goedgekeurd. Ik maak bijvoorbeeld de toetsen van klas 1 h/v en 2 h/v. en ik kijk en keur de toetsen van 3 vwo. Mijn gemaakte toetsen worden nagekeken door mijn collega.

Ne de lezing van de tekst vind ik de beste manier van toetsing:

1- Een voorbeeld toets uitdelen en eventueel bespreken. Hiermee wil ik aan de leerlingen aangeven wat te verwachting is van ze. Hoewel ik na de vorige toets altijd een nabespreking heb gehouden, doe ik dat ook om een overzicht geven over de toets.
2- Naast de voorbeeld toets laat ik de leerlingen ook de normering zien waar ik ga opletten met nakijken. De punten die ik ga geven per vraag staan bij de vragen. Hierdoor kunnen de leerlingen weten wat belangrijk is en eventueel waar ze tijdens de toets moeten opletten.
3- Uitdelen van zijn gemaakte toets en de nabespreking. Hierdoor leren de leerlingen van zijn eigen fouten en waar ik met nakijken ga opletten. Op het boord geef ik de uitwerking en laat ik ze ook zelf beoordelen wat ze zelf fout gemaakt hebben. Ik maak ook altijd een reserve toets voor de leerlingen die de toets nog niet gemaakt hebben, want als ik de toets nabesproken heb en de toets weer aan een leerlingen heb gegeven dan is het niet zo zeer leerzaam.
4- Punten verdeling zijn ook een van de belangrijke onderdeel van een toets. Voor de klassen die meerdere niveau hebben (havo/vwo of vmbo/havo) maken van een toets anders dan de groepen die dus de zelfde niveau hebben. Hoewel dit met nakijken zich onderscheid van elkaar, maar toch moet je als leraar in de gaten houden de haalbaarheid van de toetsen.
5- Niveau van de toets: ik vindt een van de belangrijkste onderdeel van een toets de niveau. Het moet sowieso haalbaar zijn voor de leerlingen. Niet behandelde stof vragen en als het kan de toets aanpassen aan de niveau van de leerlingen. Vooraf alle begrippen een voor een doornemen met de leerlingen zodat ze geen verrassing krijgen, want daardoor kunnen ze in de war raken en eventueel af gaan haken.

BIT – Verslag H 10.1 t/m 10.12

Begrippen:

In dit hoofdstuk worden behoorlijk aantal verschillende begrippen uitgelegd en behandeld over de toetsing. Ik heb aantal begrippen gelezen, waarvan ik denk die zijn wel erg belangrijk.
Allen wil ik toch aangeven dat er veel te veel en te uitgebreid informatie gegeven waardoor ik af en toe in de war heb geraakt. Ik heb verschillende vormen van evalueren van toetsen gelezen. Toetsen, observaties, vragenlijsten, werkstukken, presentaties, actieopdrachten, rapportages etc… dit allemaal worden besproken.
Naast deze begrippen worden ook nog betrouwbaarheid, objectiviteit, subjectiviteit, kwaliteit, normering, validiteit besproken.
Wij hebben naast deze begrippen toch nog een andere begrip die ik verbasend niet tegen gekomen een criterium vorm. Bij ons school worden de leerlingen getoetst op verschillende criteria. Ik wil niet te uitgebreid vertellen hoe dat in elkaar zit, maar voor de duidelijkheid wil ik een beetje vertellen wat het is.
Criterium A: Voor deze criterium worden de leerlingen getoetst over de basis begrippen,
Criterium B: Voor deze criterium worden de leerlingen getoetst over de toepassing van geleerde stof,
Criterium C: Voor deze criterium worden de leerlingen getoetst over de uitwerkingen en eventueel verzorging van de toets zelf.
Hoewel heel wat besproken is zijn er altijd wat die anders is dan die geschreven is.

Integreren:

Ik heb tot nu toe vier verschillende scholen gewerkt. Mijn eerste les ervaring was waardeloos. Deels daarvan heb ik hierboven al verteld. Toets maken was mijn nachtmerrie. Gedurende jaren heb ik vooral opdat gebied mezelf behoorlijk wat versterkt. Maar, na de lezing van deze tekst weet ik natuurlijk nog aantal verschillende manier van toetsing.
Cijfers geven een van de belangrijkste onderdeel van lerarenschap. Dat is natuurlijk niet iets nieuws, maar waar gaan we cijfers geven. Is dat alleen maar de toets resultaten of kan het naast de toetsen op een andere manier cijfer gegeven worden.
Ik heb sinds twee jaar een uitvinding. Ik geef ook cijfer voor de schriften. Dit heb ik met overleg van de school bestuur besloten om te doen. De resultaten zijn tot nu toe goed en ik kreeg van de ouders en ook van de school bestuur positief feedback hierover. Dit geef aan de leerlingen zo een gevoel over als de huiswerk op tijd en goed gemaakt zijn worden ook beloond. Dus de leerlingen (vooral de zwakke leerlingen) maken zijn huiswerk en hierdoor worden ze ongemerkt beter van.
Naast de controleren van schriften geven wij als school vier keer in de school jaar cijfers over projecten die we bedacht hebben. Dat zijn veelzijdige projecten. Hierin kunnen hoewel wiskundig maar ook andere vakken voorkomen.

Toepassen:

Hoewel ik hierboven iets verteld over de schriften die ik als andere vorm van beoordeling genoemd heb, heb ik nog een andere beoordeling.
Het is namelijk iets die ik zelf ongeveer 25 jaar geleden meegemaakt heb. Dat is een soort overhoring. Een keer in de periode vraag ik aan de leerlingen een opdracht (meestal een opgave uit de boek) om op de bord te maken.
Hiermee wil ik aantal dingen beoordelen: Zelfverzekerd zijn, verwoording van zijn eigen kennis, toepassing van zijn eigen kennis, uitwerken van gegeven opdracht, voorbereiding, ect.
Leerlingen worden van de voren ingelicht over de overhoring en worden ze niet verrast door onverwachts van iets.
Dat zijn mijn bevindingen over deze bit-verslag.

Dossieropdracht 3 Vakproject Vakdidactiek

november 24, 2008 door hasan061

Dossieropdracht 3 – voorbereiding KZA les

a)       Stel vast en schrijf op welke voorkennis nodig is bij de les over opgave 29 t/m 40.

 

-         Weten wat een rechthoekige driehoek.

-         Weten wat de schuine zijde van een driehoek is.

-         Kennis van kwadraten en wortels.

-         Kennis van notatie driehoeken en zijdes.

-         Kennis van kommagetallen.

 

b)       Omschrijf correct minimaal twee doelstellingen van je les. Doe dit in concreet waarneembaar leerlinggedrag (denk aan inhoud, gedrag, voorwaarde en prestatie).

 

-         De leerling moet de stelling van Pythagoras kennen.

-         De leerling moet weten wanneer de stelling van Pythagoras toegepast kan worden.

-         De leerling moet de stelling van Pythagoras kunnen toepassen.

 

c)        Maak nu een verdeling van de opgaven in Klassikaal behandelen, Zelfwerkzaamheid en  Afronding/Huiswerk.

 

Begin met klassikaal opdracht 29, want bij opgave 30 moeten ze dan hetzelfde nog een keer zelf doen. Dan kunnen ze zelf aan het werk met 30 tm 35. Huiswerk is 36 tm 40. Aan het eind van de les zou ik afronden door opgave 36 klassikaal voor te doen op het bord.

 

d)       Bedenk twee controlevragen bij opdracht 36.

 

-         Wat is de schuine zijde in deze driehoek?

-         Waarom mogen we de stelling van Pythagoras hier gebruiken?

 

e)       Welke overgangen zitten er in je les en hoe ga je deze organiseren? Schrijf van één overgang letterlijk op wat je tegen leerlingen zegt en wees heel precies.

 

De les begin met het binnenkomen van de leerlingen, ze moeten op hun plaats gaan zitten en hun spullen erbij pakken. Dan moet het stil zijn om te beginnen met de klassikale uitleg. Na de klassikale uitleg moeten ze zelf aan het werk. Aan het einde van de les moeten de leerlingen weer luisteren naar een klassikale uitleg.

 

OK! Mag ik even de aandacht. (Stilte). Ik ga opgave 36 voor doen op het bord, dus stop met werken en let even goed op. (Stilte). Schrijf mee want anders moet je het thuis nog een keer doen.

 

f)        Pak de zes sleutelbegrippen van Ebbens en paragraaf 4.4 van Lagerwerf er nog eens bij. Waar en hoe kun je in je les deze zaken een plek geven?

 

De structuur in opbouw en het nivo van de leerstof liggen al vast in het boek.

Het geven van betekenis wordt ook in het boek al gedaan,  je kan wel zelf nog een aantal andere voorbeelden geven.

De individuele aanspreekbaarheid kan je een plek geven door aan het begin van de les leerlingen vragen te stellen over de stof van de vorige keer.

De zichtbaarheid heeft een plek tijdens het zelfstandig werken, ik loop dan rond en kijk of de leerlingen de opgaven goed maken.

Minder voordoen komt denk ik in deze les ook naar voren. Ik geef aan het begin een korte instructie en op het laatst doe ik nog een opgave voor, verder laat ik ze zelf aan de slag gaan.

Dossieropdracht 1 en 2 Vakproject Vakdidactiek

november 24, 2008 door hasan061

Dossieropdrachten Vakproject Vakdidactiek

 

Dossier opdracht 1:

 

a-)        Belangrijke bekwaamheden:

-          Vakinhoudelijke kennis,

-          Overdracht van eigen kennis,

-          ICT/digiboard,

-          Structuur,

-          Variable en concrete kunnen overbrengen,

 

Een goede wiskunde leraar moeten ook vakinhoudelijk sterk zijn, want dat levert ook zelfvertrouwen in. Degelijke tijd maakt het ook mogelijk dat je concrete uitleg heb.

 

Als wiskunde leraar moet je ook op een spontaan manier kunnen uitleggen en de aantrekkelijkheid van de lessen kunnen verhogen. Dus niet zo saai zijn in je les.

 

Leerlingen van tegenwoordig zijn erg handig met de ICT ontwikkelingen. Als leraar kun je dat situatie voor je eigen voordeel gebruik maken met een aantrekkelijke en leerzame wiskunde programma.

 

Een goede wiskunde leraar moeten ook structuur hebben om te verloop van de lessen zo goed mogelijk te laten lopen.

 

Een goede wiskunde leraar moet ook een beetje vervangende en concrete les activiteiten moeten verrichten om zijn lessen nog leuker te kunnen maken.

 

 b-)  Mijn zwakke punten zijn:

            - namen leren,

            - concrete les bedenken,

 

Ik zou in korte termijn, leren hoe kan ik zo snel mogelijk de namen van de leerlingen kunnen leren. Ik vindt het erg belangrijk op pedagogisch gebied. Dat zal helpen aan de sfeer in de klas die steeds beter wordt. Kontact die je met je leerlingen heb, zal anders zijn dan als je ze allemaal een voor een kent.

 

Ik ben merendeels afhankelijk aan de stof die ik moet op een bepaalde termijn af moet krijgen. Afwijking lukt me niet altijd behalve ICT ontwikkelingen. Heel soms haal ik een verhaal uit het dagelijkse leven maar toch nog kom ik (naar mijn eigen mening) tekort.

Persoonlijk denk ik dat het te maken hebben met je ervaring die je opbouwt en daarvan je zich sterker voelt.

 

Ik zou me liever op dat gebied willen verbeteren, om mijn lessen zo leuk mogelijk te laten verlopen.

 

           

 

 

 

 

Mijn sterke punten: 

-          Vakinhoudelijke kennis,

-          Creëren van leuke les sfeer,

-          Band die ik met mijn leerlingen heb,

-          Structuur die ik aan houd,

-          Ordelijk zijn,

-          ICT gebruik

 

Ik maak zo veel mogelijk een les plan voor de volgende les en eventueel geef ik vooraf al aantal tips voor de volgende les. Hoewel ik de sommetjes uit de boek vooraf ik doornemen en uithalen van de sommetjes die de leerlingen vermoedelijk moeite zullen hebben en daarmee aan mijn les vorm geven. Ik vind erg belangrijk als een leerling je nodig heb dat je meteen antwoord kunnen geven. Dat geeft ook aan de leerlingen een goed gevoel over.

 

Ik maak gebruik van leuke werksfeer om les te geven. Voordat het werksfeer niet in orde is begin ik niet met me les. Uiteindelijk kan je ook in principe niets kwijt aan de leerlingen die geen aandacht hebben voor jouw les. Hoe leuk hoe beter.

 

Ik maak ook gebruik van de band die ik met me leerlingen heb opgebouwd heb. Hiervoor maak ik gebruik van een beetje persoonlijke verhalen die ik met ze kan bespreken. Ik geef mijn leerlingen meestal een positief feedback om  motiveren.

 

School regels en de regels die ik met mijn leerlingen afgesproken heb staat vast en zorg ik ervoor dat de alle leerlingen zich daarmee aanhoud. Gemaakte afspraken zijn geen barrière voor ons maar juist een houvast voor ons zelf.

 

Houvast die ik en de school regels gecreëerd heeft zorg voor de leerlingen een veilig en leuke werksfeer. Meeste leerlingen hebben heel wat structuur en positief feedback  nodig om zijn motivatie te verbeteren. Ik bedoel hoewel ze af en toe willen afwijken van de regels, toch geven ze aan dat ze die houvast echt nodig hebben.

 

Ik heb de voorbeeld lessen van Geerligs gelezen. Mijn visie op dat gebied zoals ik hierboven ook al aangegeven heb, houvast, structuur en concreet zijn paar belangrijke onderdelen die een wiskunde leraar zich moeten aanhouden. Wiskunde is al een vak waarmee heleboel vooroordelen ontstaan bij de leerlingen op wat voor manier dan ook is de taak voor de wiskunde leraren die vooroordelen op een leuke manier verwerken omzetten naar een minder moeilijke en ingewikkelde lessen. Je maakt uiteindelijk als wiskunde leraar een uitdagende en versimpelde les.

 

c-)        Reactie over de opdrachten van mijn medestudenten:        

 

Ik kon nog geen post kunnen lezen van mijn studiegenoten i.v.m nog geen inlognaam.

Ik zou zo snel mogelijk inlognaam regelen en mijn reactie geven.

            

 

 

 

 

 

 

 

Dossieropdracht 2:  BIT verslag:

 

         a-)    Hoofdstuk 1 en 2:

 

 

 

Ik heb het hoofdstuk 1 “Effectief Leren” gelezen. Mijn bevindingen zijn in het algemeen hoe je de verloop van een les het beste kan maken. Wat zijn de belangrijkste aandacht punten.

Er waren drie voorbeeld lessen die eigenlijk van alles en nog wat voorkomt. Om een onderscheid te maken wat goed en wat minder goed of niet geschikt is voor je les.

 

Blz: 20 komen er aantal punten voor die eigenlijk voor de lerarenschap naar mijn mening erg belangrijk is:

-          goed presenteren en eventueel voordoen,

-          goede structuur en de begeleiding daarvan,

-          positief en corrigerende feedback,

-          leren, zelfstandig te leren,

-          controlerende taak uitvoeren,

Daarna komen nog aantal sleutelbegrippen voor die ook erg van belang zijn van een lesopbouw. Desbetreffende sleutelbegrippen geeft aan de lerarenschap de benodigde rechtlijnen. Dat zijn directe instructie die de leerlingen krijgen.

Deze zijn inmiddels:

-          goede structuur en opbouw van de les,

-          het juiste niveau,

-          betekenis geven aan de leerdoel,

-          nagaan of de leerdoelen zijn overgekomen zijn,

-          controleren of leerling daadwerkelijk werken,

-          motiveren met een positieve feedback,

Betekenis geven:

Leerlingen willen meestal een betekenis en de nut van de leerstof weten. Hiervoor vragen zich af of aan de docent zelf waarom ze dat leren en wat het nut van het leerstof zijn. Dit is een van de belangrijke punt die docent zich moeten voorbereiden. Hier is de taak voor docent aan de leerdoelen een betekenis te geven die leerlingen zou bevrijden van zijn klemheid.

Betekenis geven aan de leerdoelen meestal moeilijk te bepalen door de docent, want de belevenis van de leerlingen soms niet te inschatten door de docent zelf. Plaats van een aparte voorbeeld te noemen kan de docent een verbant leggen aan de aansluitende voorkennis.

 

Samenvatting van directe instructie:

 

Hierbij maken we een portret van een leraar die zijn les goed en duidelijk maakt. Die zes sleutelbegrippen die docent zich zullen aanhouden geeft de heldere beeld van het portret.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2:

 

In het hoofdstuk 2 komen de zes sleutelbegrippen uitgebreid voor.

 

-          lesfase 1: aandacht richten op de doelen van de les en aansluiten bij voorkennis:

 

Hier is duidelijk dat er belangrijk is hoe je de les start. Er zijn natuurlijk altijd wel wat, maar als docent moet je wel weten dat je een controlerende taken heb voor zulke situaties. Begin van een les heeft belangrijke rol voor de verloop van de hele les. Succes heb je als je een goed begin maakt.  Begin van een les heeft een duidelijke structuur nodig. Degelijke tijd aansluiting voor de vorige les is ook een belangrijke onderdeel.

 

-          lesfase 2: uitleg geven:

 

Na een goede opening van de les komen de volgende fase, uitleg. Uitleg is ook een van de belangrijke onderdeel van de les. Het zal niet te lang zijn en ook niet te uitgebreid waarvan de leerlingen door onnodige informatie in war zal raken. Dus kort en bondig zal de wens zijn van een docent. Tijdens de uitleg wel belangrijk voldoende aandacht voor de docent. Docent zorg er voor dat er uitleg zijn doel bereikt.

Na de uitleg vind plaats overgang. Van uitleg naar zelfstandig werken. Hier is ook de taak van de docent dat het goed verloopt.

 

-          lesfase 3: nagaan of de belangrijkste begrippen of vaardigheden zijn overgekomen:    

 

Tijdens uitleg of na het uitleg zijn er nog een belangrijke taak voor de docent om na te gaan of de belangrijke begrippen of de vaardigheden overgekomen zijn. Hoe kan je als docent controleren of de leerdoelen zijn overgekomen. Door de middel van vragen stellen tijdens de uitleg of na de uitleg. Hiermee is de interactie beste manier van controleren. Voor deze interactie fase is de voorbereiding wel van belang, want als docent zou je vooraf aantal sommetjes noteren om leerlingen te vragen en eventueel paar vragen die voorkennis bevatten.

Natuurlijk niet allen maar vragen bedenken voor de leerlingen te bespreken maar ook vragen bedenken die leerlingen onderling kunnen overleggen. Dat soort interactie geeft aan de leerlingen samen werking gevoel.

 

-          lesfase 4 en 5: instructie geven op zelfwerkzaamheid en het begeleiding daarvan:    

 

Er zijn verschillende leeromgevingen. NL (natuurlijk leren systeem), dalton onderwijs, montosorie ect. Waarom noem ik dat soort systemen; omdat in datsoort onderwijs systemen worden veel meer aandacht aan besteed aan de zelfwerkzaamheden. In het reguliere onderwijs systeem worden ook aandacht aan de zelfwerkzaamheden besteed na de uitleg die docent vooraf maakt. Het verschil qua uitvoering niet veel maar de begeleiding en de structuur die de leerlingen krijgen zijn anders. Ik zal uitgaan vanuit de reguliere onderwijs en kijken wat daar in orde komt.

In het boek (effectief leren) las ik ergens “wat je niet af krijgt is huiswerk”. Ik worstel persoonlijk ook hiermee. Dit onderdeel is een van de belangrijkste deel van de les. De motivatie van de leerlingen verlaagd door de zeggen van dat zin en hierdoor verdwijnt de dwang door te leren.

Het gebeurt ook wel is dat de leerlingen vroeg tijdig klaar zijn met zijn werkzaamheden. Hier is de taak van de docent om voor de zorgen dat ze wel aan het werk zal zijn. Dus altijd vervangende opdrachten ter beschikken hebben om leerlingen te bezig houden.

Volgende punt die ik ook wel is meegemaakt heb. “ja, maar ik begrijp er helemaal niets van”.

Dat soort gevallen voor de docenten meeste belangrijke onderdeel van de les. Want als docent heb je op dat moment aandacht voor een leerling en weinig overzicht van de hele klas. Hoewel je overzicht moet hebben voor de klas moet je ook voldoende aandacht besteden aan de ene leerling. Dat is soms lastig om te overwegen.

In het boek “Effectief Leren”  zijn er aantal voorbeelden benadrukt waarvan ik denk dat ze in het meeste gevallen ter plekke te bepalen zijn. Dat zijn de fase’s A,B,C,D.  

-          fase A:

In deze fase is de docent consequent en heeft houvast,

-          fase B:

Bij deze fase komen eisen voor, die door de docent  vooraf bepaald is.

-          fase C:

Bij deze fase geeft de docent stap voor stap wat de leerlingen moeten en kunnen.

-          fase D:

Bij deze fase heeft docent meer schriftelijk handhaving nodig om leerlingen te begeleiden voor zijn zelfwerkzaamheden.

 

-          lesfase 6: afsluiting van de les op de belangrijkste begrippen en vaardigheden:  

 

Dat is de laatste fase van de les en ook niet minder belangrijker dan de rest van de les. Meestal is de afsluiting van een les geeft al een beeld van de volgende les. Duidelijke huiswerk bespreking geeft minder onrust voor de volgende les. Hierbij is de bord meest belangrijke middel om te aanwijzen. Want dit is ook visueel voor de leerlingen gedurende les tijd. Het is ook wel belangrijk om te controleren of de leerlingen gebruik maakt van een agenda hiervoor.

 

Dat waren mijn bevindingen uit hoofdstuk 1 en 2  van het boek ‘Effectief Leren”.

Hoewel ik de meeste al aan het uitoefenen ben wat ik in dit gelezen heb maar ik kwam toch aantal trucjes tegen waarvan ik heel wat geleerd heb.

Les geven in een omgeving die bij de partijen zich prettig voelen zou altijd z’n doel bereiken.

 

 

b-)     Hoofdstuk 4

 

Een begin maken met samenwerkend leren: